Een ontwerp dat op papier klopt, is niet automatisch maakbaar. De meeste aanpassingen na het lasersnijden komen voort uit een paar terugkerende knelpunten — hieronder de belangrijkste vuistregels om vooraf te checken.
Buigradius en plaatdikte
Een te kleine binnenbuigradius t.o.v. de plaatdikte scheurt het materiaal aan de buitenkant van de zet. Een gangbare ondergrens is een radius van minimaal de plaatdikte zelf; bij hardere of dikkere materialen ligt die grens hoger. De V-groefbreedte van de matrijs bepaalt mede welke radius haalbaar is — zie de zetverliescalculator voor de vuistregel R ≈ V-groef / 6.
Gaten dicht bij een zetlijn
Een gat te dicht bij een buiglijn vervormt tijdens het zetten — vaak pas zichtbaar na productie, niet op de tekening. Houd minimaal de binnenbuigradius plus 2,5× de plaatdikte aan tussen de rand van het gat en de zetlijn. Bereken dit direct met de gat-afstandcalculator.
Minimale flenslengte
Een flens die korter is dan ongeveer de V-groefbreedte van de matrijs valt letterlijk in de groef in plaats van gezet te worden. Reken bij een krappe flens vooraf na of de matrijs die kan zetten, of kies een kleinere V-groef (met een kleinere binnenbuigradius als gevolg).
Toleranties
Zonder tolerantie-opgave op de tekening gelden de algemene toleranties uit ISO 2768-1 (meestal klasse m). Vraag je een nauwkeurigere maat, vermeld die dan expliciet — dat scheelt onnodige discussie achteraf. Zoek de geldende tolerantie op met de ISO 2768-tool.
Materiaalkeuze
Materiaalkeuze bepaalt niet alleen prijs en gewicht, maar ook buigbaarheid: aluminium en hardere RVS-kwaliteiten vragen een ruimere buigradius dan constructiestaal. Twijfel je? Lees staal, RVS of aluminium: welk materiaal kies je?
Twijfel je over de maakbaarheid?
Deze vuistregels dekken de meest voorkomende knelpunten, maar zijn geen vervanging voor een check op de daadwerkelijke tekening. Stuur je bestand mee met je aanvraag — dan kijken we vóór productie mee naar de maakbaarheid.
